Buitengebied
Buitengebied

MER en Bestemmingsplan Buitengebied uitstekend op elkaar afgestemd

Volgens de commissie MER is het MER bij het bestemmingsplan buitengebied van de gemeente Ommen een goed voorbeeld van afstemming tussen plan-MER en plan: welke onderwerpen moeten wel en welke hoeven niet in het MER. Ook geeft deze case goed weer hoe het MER kan doorwerken in een bestemmingsplan. Een deel van het plangebied in Ommen is, door de informatie in het MER, anders bestemd dan men in eerste instantie voor ogen had.

Wethouder Lagas: "Ik ben erg blij, met dit positieve bericht van de commissie MER. Dat wij de ontwikkeling van het Bestemmingsplan Buitengebied erg zorgvuldig hebben opgepakt, in samenwerking met iedereen die met het bestemmingsplan te maken heeft, heeft zijn vruchten afgeworpen."

De bevindingen van de commissie MER leest u hier.

 

 

Bestemmingsplan Buitengebied Ommen op onderdelen alsnog akkoord

Provincie Overijssel trekt deel aanwijzing in

De provincie Overijssel trekt een deel van haar bezwaar tegen het Bestemmingsplan Buitengebied van de gemeente Ommen in. Nadat de gemeenteraad van Ommen het plan op 18 februari 2010 heeft vastgesteld waren Gedeputeerde Staten (GS) van mening dat op een aantal punten niet werd voldaan aan provinciale beleidskaders. Hierop werd een reactieve aanwijzing gegeven, waarmee door een aantal onderdelen van het bestemmingsplan een streep werd gezet. Na intensief overleg tussen provincie en gemeente en aanvullende informatie vanuit de gemeente, zijn GS tot de conclusie gekomen dat de reactieve aanwijzing voor een aantal gebieden/ onderdelen niet noodzakelijk is.

In de afgelopen maanden is er tussen de gemeente Ommen en de provincie veel overlegd over de onderdelen die van provinciaal belang zijn (onder meer ruimtelijke kwaliteit, Ecologische Hoofdstructuur (EHS), natuur en landschap, reconstructie en recreatie). Door aanvullende informatie en extra uitleg van gemeentezijde kon de provincie verder inzoomen op detailniveau om zo de natuurwaarden beter op perceelniveau te beoordelen. Hieruit is gebleken dat de reactieve aanwijzing niet voor alle onderdelen gegrond bleek.
Dit heeft er toe geleid dat GS hebben besloten om de reactieve aanwijzing voor een aantal gebieden/onderdelen in te trekken. Met name gaat het dan om enkele landschapselementen en recreatiebedrijven of landbouwpercelen in de EHS. Dit betekent dat deze onderdelen van het vastgestelde bestemmingsplan in tweede instantie alsnog in stand zijn gebleven. Vooral voor de recreatieondernemers in het buitengebied is dit goed nieuws: zij kunnen nu wel gebruik maken van de veelal ruimere mogelijkheden die het nieuwe bestemmingsplan biedt. Deze recreatieondernemers zijn inmiddels tijdens een speciale samen met de Recron georganiseerde informatiebijeenkomst op de hoogte gebracht van de consequenties.

Het gevolg van deze intrekking is dat het vastgestelde bestemmingsplan opnieuw wordt gepubliceerd en ter inzage wordt gelegd. Deze keer samen met het intrekkingsbesluit. De termijn vangt aan op 12 augustus 2010 en duurt zes weken (t/m 22 september 2010).
Voor de gedeeltelijke intrekking van de reactieve aanwijzing kunt u kijken onder de kop Bestemmingsplan .

Een bestemmingsplantraject voor het buitengebied is een complex proces, wat nog vergroot wordt door de reactieve aanwijzing en de gedeeltelijke intrekking daarvan. Wij vinden het belangrijk dat u in dit complexe proces de juiste informatie krijgt.
Onder “Achtergrond” leest u een beschrijving van het proces tot aan de gedeeltelijke intrekking van de reactieve aanwijzing.
Onder “Vervolgtraject” lees u meer over de vervolgprocedure.
Een overzicht van alle stukken met daarbij een korte omschrijving kunt vinden op “Bestemmingsplan”.

Ommen, 9 augustus 2010
water op maaiveld1