Vrijheid vertelt: het verhaal van mevrouw Tameeris

1 mei 2024, 09:04

Het 4 en 5 mei comité van de gemeente Ommen publiceert in aanloop naar de herdenking op 4 mei een aantal verhalen. Gekoppeld aan het thema van dit jaar: “Vrijheid vertelt: opmaat naar 80 jaar vrijheid”. Ook dit jaar heeft het comité een aantal mensen mogen interviewen over het dagelijkse leven tijdens de Tweede Wereldoorlog. De verhalen zijn opgetekend omdat het belangrijk is dat deze voor de toekomst bewaard blijven. Dit is het verhaal van de 93-jarige mevrouw Tameeris-Tekelenburg.

Mevrouw Tameeris vertelt over haar jeugd: “Ik ben geboren in Amsterdam. Mijn vader had daar zijn werk als elektricien. Toen het bedrijf waar hij werkte failliet ging, moesten wij naar Zwolle verhuizen. Het bedrijf waar mijn vader toen als opzichter bij de buitendienst werkte, de radiocentrale, was gevestigd aan de Melkmarkt. Aan de achterzijde van het bedrijf, in de Nieuwstraat, was de werkplaats waar wij boven woonden. Ik was twee jaar toen wij daar kwamen wonen. Ik heb een oudere zus en jongere broer. Zij zijn nu 98 en 86 jaar. Op 18-jarige leeftijd ben ik uit huis gegaan om te starten met een opleiding tot verpleegster.”

Zorgeloze jeugd

Mevrouw Tameeris was 10 jaar toen de oorlog uitbrak. “Ik heb daar niet veel van gemerkt. Mijn ouders wilden hun kinderen een zorgeloze, fijne jeugd geven. Daarom vertelden zij bewust niets over de oorlog. De nare dingen werden bij ons als kinderen weggehouden. Ik herinner mij dat ik veel buiten speelde. Wij zagen veel Duitsers in de stad lopen, maar daar hadden wij weinig hinder van. In een school tegenover ons huis waren Duitse soldaten gehuisvest. We kregen wel mee dat we een beetje moesten oppassen met wat we deden.” Haar vader had aan de straatkant een donkere kamer gemaakt door het raam te verduisteren. “Ze vertelden ons dat dit was om foto’s te ontwikkelen. Achteraf kwamen we erachter dat hij daar luisterde naar Radio Oranje en zich bezighield met verzetsaangelegenheden. Soms moest ik ergens een brief bezorgen, maar daar zocht ik verder niets achter.”

Tijdens de oorlog ging het leven van mevrouw Tameeris gewoon door. Toch maakte ze spannende en bijzondere momenten mee. Ze vertelt: “Na het tweede oorlogsjaar ging bij Hasselt een kruitschip de lucht in. Ik stond in de woonkeuken, hoorde en voelde een dreun en zag de ramen op mij af komen. De dreun had zo’n kracht dat de ramen van woningen in een groot deel van Zwolle sprongen. Ik kreeg een scherf in mijn onderbeen. Mijn moeder verzorgde de wond. Tijdens de oorlog ging ik naar de Mulo. En ook daar ging alles gewoon door. In die tijd kwamen er wel steeds meer vliegtuigen over vliegen. Mijn ouders vertelden dat dit Engelsen waren die naar Duitsland vlogen. Dit werd echter zo verteld, dat wij als kinderen hierbij geen angst ervoeren.”

Hongerwinter

“Van de hongerwinter merkten wij zelf niet veel. Er was te weinig voedsel, maar wij hadden genoeg. In Zwolle zagen wij vooral mensen uit het westen die op zoek waren naar voedsel. Wij hadden familie in Amsterdam, die ons adres als overnachtingsadres doorgaven aan de mensen die richting Zwolle trokken. Mijn moeder deelde ook zoveel mogelijk eten met hen. Er was geen gas, dus er was andere brandstof nodig om te koken en verwarmen. Als een Duitse auto met turf langskwam, probeerden wij als kinderen er een turf tussenuit te trekken, die dan snel naar huis werd gebracht.”

In het derde oorlogsjaar werd een konijnenhok op het balkon gemaakt. Mevrouw Tameeris moest het konijn elke dag verzorgen. “Elke dag haalde ik vers gras en ik moest regelmatig het hok schoonmaken. Op een zekere dag in december van dat jaar vertelde mijn vader dat het konijn was doodgegaan en ook al was begraven. Met Kerst was er voor ieder een lekker stukje vlees in een periode dat het eten steeds schaarser werd. Pas later begreep ik dat we toen het konijn hebben opgegeten.”

Op een zekere dag was er in de stad geen melk meer te koop. “Ik ging met flessen in mijn fietstassen naar boerderijen rondom Zwolle om melk te kopen. Thuis werd de melk afgeroomd en van de room werd door mijn moeder boter gemaakt. Als de melk zuur geworden was, werd die melk gekookt, de melk ging schiften en werd door een theedoek geperst waardoor wrongel ontstond die wij aten met suiker. Dit was voor ons een echte lekkernij. Na de oorlog bleek ik toch een fors vitaminetekort te hebben opgelopen, waardoor ik vaak naar de dokter moest.”

D-day en de bevrijding

Mevrouw Tameeris vertelt dat ze van D-day en de aanloop naar de bevrijding weinig heeft meegekregen. “Wel werd er een zekere spanning opgebouwd, die wij voelden in de periode voor de bevrijding. Toen de bevrijding kwam en de Duitsers waren vertrokken, was er blijdschap en werd er gejuicht en gezwaaid met vlaggen. Maar ook zag je in die dagen meisjes, die omgang hadden gehad met Duitsers, lopen met kale hoofden. Zij werden in het openbaar op straat kaalgeschoren. In de maanden na de oorlog waren er optochten met onder andere versierde fietsen. Prachtig vonden we dat. Ik herinner mij dat ik in een optocht meeliep, verkleed als verpleegster, samen met mijn broertje. In de oorlogsjaren miste ik vooral Koninginnedag op 31 augustus, omdat dit altijd zo’n feestelijke dag was.”

Duidelijkheid na de oorlog

Na de oorlog kwam het gewone leven weer op gang. “Toen werd mij pas duidelijk dat mijn vader iets in het verzet had gedaan. Er werd niet verteld wat zij precies in die donkere kamer deden. De oorlog was voorbij en er werd niet meer over gesproken. Ook pas na de oorlog begrepen wij dat de mensen die weggevoerd zijn, vrijwel allemaal zijn omgebracht in de concentratiekampen. Zo ook een Joodse familie die Diezerstraat in Zwolle een winkel had. Hun winkel was plotseling dichtgetimmerd.”

Mevrouw Tameeris vertelt dat haar latere man, geboren in 1924, in de oorlog werd opgepakt: “Hij woonde in Zwijndrecht en werd per trein richting Duitsland gebracht om daar te werken. Bij ’s Hertogenbosch is hij uit de trein gesprongen toen die even wat langzamer reed. Hij is vervolgens lopend terug naar Zwijndrecht gegaan waar hij samen met zijn broer is ondergedoken in hun ouderlijke woning. Ook hij heeft de oorlog goed overleefd. Noch in mijn familie en noch in de familie van mijn man zijn mensen door de oorlog omgekomen.”

Marielle Hekman en Hans van Bruggen