De geschiedenis begrijpen: het verhaal van Guus en Ellen Wemekamp

1 mei 2026, 15:49

Wat betekent het om de geschiedenis écht te begrijpen? In aanloop naar Dodenherdenking en Bevrijdingsdag staan we stil bij verhalen die ons dichter brengen bij die vraag. Verhalen over mensen van toen – jong en oud, dapper of twijfelend, zichtbaar of juist stil op de achtergrond – die samen de geschiedenis vormden in een tijd van bezetting en onzekerheid.

Nu de laatste ooggetuigen van de Tweede Wereldoorlog langzaam verdwijnen, verandert ook de manier waarop we herinneren. Hun persoonlijke verhalen maken plaats voor wat zij hebben nagelaten: ervaringen, waarschuwingen en lessen. Juist daarom is het belangrijk om niet alleen te herdenken, maar ook proberen te begrijpen. Hoe konden gewone levens verstrikt raken in buitengewone omstandigheden? Welke keuzes maakten mensen – en waarom?

Met De geschiedenis begrijpen nodigen we u uit om stil te staan, te lezen en vooral: na te denken. Niet alleen over het verleden, maar ook over onze eigen rol in het heden.


Het verhaal van Guus en Ellen Wemekamp

Op 22 september 2025 werden wij ontvangen door Guus en Ellen Wemekamp. Zij meldden zich naar aanleiding van een eerdere oproep in de lokale media om verhalen uit de Tweede wereldoorlog aan volgende generaties te delen. Guus en Ellen, broer en zus, wilden graag de verhalen van opa Gerrit Wemekamp vertellen en ook de verhalen die zij van hun ouders hebben gehoord. Want ondanks dat opa overleed in 1963, zijn veel verhalen niet verloren gegaan en doorverteld aan de ouders van Guus en Ellen.

Hoewel veel mensen die de oorlog hadden meegemaakt hun mond hielden, was dit bij de familie Wemekamp niet het geval. “Natuurlijk, we kennen niet alle verhalen, maar opa deed er ook niet echt geheimzinnig over”, steekt Guus van wal.

Lemele

Het verhaal brengt ons naar Lemele bij de boerderij van ‘Beumers Gait’, oftewel Gerrit Wemekamp. Tijdens de oorlogsjaren woonde deze boer aan de Hellendoornseweg 26. Opa was een weduwnaar, nadat zijn vrouw op 50 jarige leeftijd overleed, met 7 kinderen, waaronder dus de vader van Guus en Ellen. Helaas overleden drie kinderen op zeer jonge leeftijd, iets wat Gerrit behoorlijk raakte. Daarover werd niet of nauwelijks gepraat, er werd alleen harder gewerkt.

“Opa was actief binnen de omgeving”, vervolgt Ellen het verhaal. “Als relatief grote boer met veel vee had hij destijds best wat aanzien in de omgeving en ook was hij betrokken binnen de gereformeerde kerk van Lemele.” Volgens de ouders van Guus en Ellen was er altijd een hoop reuring op die boerderij, veel hulp van buitenaf, wat in die tijd heel gewoon was.

Hoewel de bezetters al wel in Nederland waren, was hier in de regio van Lemele nog niet veel van te merken. Het meeste ging gewoon door, hoewel het wel binnen de gemeente wel doorgedrongen was dat dit ook gevolgen voor de bevolking kon hebben.

Betrokken

“Opa had eigenlijk direct al wel een actieve rol binnen deze oorlog. Door zijn goede banden met dominee Vogelaar werden mensen, die anders opgepakt werden om te werken in de Duitse oorlogsfabrieken, opgevangen. En ook Joodse onderduikers vonden een schuilplaats op de boerderij van Wemekamp.” Zo ontmoetten de ouders van Guus en Ellen elkaar dan ook. “Onze moeder ging in Hillegersberg naar de kerk en kwam daar in contact met de broer van dominee Vogelaar. De twee broers hielpen elkaar met hulptransporten voor kinderen en arme mensen en opa deed daar ook aan mee zodat de zonen moesten helpen. Zo kwam mijn vader al voor de oorlog in contact met mijn moeder. Ze verloofden en door de oorlog werd het reizen steeds moeilijker en ook opa kon de hulp goed gebruiken zodat mijn moeder gewoon in Lemele bleef.”

“Er waren veel hongertrekkers uit het westen, maar voor iedereen was er wel een slaapplaats of iets te eten. Zo kwam ook ‘tante Claartje’ met haar moeder op de boerderij. Zij verbleven er ruim twee jaar, maar moesten plots vertrekken na een inval van de Sicherheitsdienst. Maar na de oorlog kwam tante Claartje terug en sindsdien was er altijd nog een warm contact.”

Teken

“Die inval was wel heel erg spannend, want overal waren mensen weggestopt. Twee tikken met een stok tegen het plafond, dat was een teken dat iedereen doodstil moest zijn. Gelukkig is dit altijd goed gegaan, want anders zou ook opa gevangengenomen worden. Eén keer leek het echt bijna mis te gaan, want na grondig onderzoek van de Duitsers vonden ze een bed dat nog warm was. Gelukkig voor alle aanwezigen werd de aandacht van de Duitse soldaten verplaatst naar een naastgelegen boerderij. Ze roken een lekkere maaltijd en verplaatsten zich spoedig naar de buren, waar het eten in beslag genomen werd. Toen konden er heel wat mensen vluchtten en nadat het eten verorberd was en de controle vervolgd werd, was er geen vuiltje meer aan de lucht.”

Jan Seigers

Door het grote netwerk van opa Wemekamp was er veel mogelijk. In 1943 kregen ze de voedselcommissaris, een ambtenaar die verantwoordelijk was voor de voedselvoorziening en distributie in zijn regio. Die hield ook wel in de gaten wat er allemaal in de regio gebeurde en soms niet schuwde om dit aan de Duitsers te vertellen, waardoor je erg op moest passen wat je deed. Maar mede dankzij het verzet van onder meer Jan Seigers kwam informatie over een mogelijke inval vaak op tijd bij de betrokkenen die zo de nodige acties konden ondernemen, zoals het verplaatsen van onderduikers.

Kamp Erika

Opa Wemekamp had goed in de gaten dat het in oorlogstijd geven en nemen was. Soms moest je de vijand wat moest paaien om daarna zelf weer meer onder de radar te kunnen blijven. Zo gaf hij af en toe eten aan de kampleiding van kamp Erika, maar in ruil daarvoor wilde hij wel enkele gevangen die hem hielpen op het land. Voor deze gevangen werd door Wemekamp zo goed als mogelijk gezorgd. Hij haalde ze persoonlijk op met paard en wagen en waar ze vaak op het kamp een pak rammel kregen en nauwelijks wat te eten, werden ze op het erf van Wemekamp met rust gelaten en voorzien van veel voedsel.

Angst

Wat het meest van de verhalen van hun ouders is bijgebleven is dat er een enorm grote angst heerste onder de mensen. En er werd in die tijd ook heel veel doodgezwegen, niet gezegd. Volgens Guus was dit vooral uit bescherming voor de kinderen en volgens Ellen vooral uit angst. Angst voor represailles.

Ook was er wel angst dat de V1-bommen vanaf de Eelerberg (nabij Krönnenzommer) per ongeluk op de boerderij terecht kwamen. De angst heeft op de kleinkinderen Guus en Ellen nog steeds invloed op het dagelijkse leven.

Bevrijding

De bevrijding in 1945 was ook nog niet zo vanzelfsprekend. De Duitsers hadden wel in de gaten dat de oorlog niet gewonnen zou worden en vierden soms de frustraties bot op inwoners. Ze werden ruwer en namen het niet zo nauw met de eigendommen van de Hollanders. “Wat meegenomen kon worden, werd ook niet achtergelaten”, vertelt Guus.

Wat verder door opa verteld werd, was dat de Stationsweg helemaal in puin lag. Dat had wel een diepe indruk op hem gemaakt. Verder werden er pontonbruggen aangelegd over de Regge zodat men door kon stomen richting Ommen.

Afkeer en bewondering

De oorlog heeft altijd een afkeer tegen Duitsers nagelaten. Zo werden ze steevast “de mof” genoemd, en wanneer de dochter door liet schemeren wel geïnteresseerd te zijn om in Duitsland te gaan wonen, dan was het antwoord van haar moeder: “Dan ga je schuilen bij de vijand”.

Ook is er wel een vorm van bewondering voor het organisatievermogen van het Duitse rijk. “Zij hadden veel zaken voor en tijdens de oorlog goed voorbereid en los van de ellende die het veroorzaakt heeft, had mijn vader voor dat vermogen wel enige bewondering”, aldus Ellen.

Guus is veel in Polen geweest, maar hoe verder richting Warschau gereden werd, hoe slechter het eruitzag. Wat Guus erg gemist heeft is dat er op school weinig onderwijs over de Tweede Wereldoorlog werd gegeven. Nog spreekt hij veel leeftijdsgenoten die weinig over de oorlog onderwezen hebben gekregen. “Zeker net na de bevrijding werd er over de gebeurtenissen van de oorlog het liefst gezwegen”, aldus Guus.

Moedig

Op de vraag hoe ze dan op hun opa terugkijken, zijn Ellen en Guus eensgezind: “Opa had een grote moed! Ik hoop dat we in Nederland weer wat meer eensgezindheid gaan ontwikkelen, meer met en voor elkaar door het vuur willen gaan en dat niet ieder voor zijn eigen tuinhekje wil strijden.”

Tekst: Rob Meulenkamp en Edwin Reurink (4 en 5 mei comité Ommen)